OPEN BRIEF
Van: Ward Vergote
Aan: het
gemeentebestuur, burgemeester en schepenen
van de gemeente Groot Moorslede.
Geachte leden
van de gemeenteraad, geachte burgemeester,
geachte schepenen,
Niet alleen als
voorzitter van het Actiecomité
Red het Dadipark, evenzeer als
gemeenteraadslid voor Visie’06, en vooral
als geboren en getogen inwoner van Dadizele
ben ik, samen met vele anderen, al jaren
begaan met de toekomst van het Dadipark.
Vooreerst wil ik
voor alle duidelijkheid alle lof betuigen
aan Marc Bekaert, de projectontwikkelaar,
die meer dan 7 jaar het volle pond heeft
gegeven om investeerders te zoeken die
bereid waren, onder de huidige
stedenbouwkundige voorschriften, het
Dadipark uit te bouwen tot een nieuwe
trekpleister voor onze gemeente. Spijtig
genoeg moet ik vaststellen dat al het
lobbywerk, de administratieve en financiële
inspanningen die hij, samen met zijn
medewerkers, heeft gedaan, tot op heden geen
resultaat heeft mogen opleveren. En ik weet
dat het achteraf gemakkelijk zeggen is, maar
ik heb het tot op heden ook nooit anders
voorspeld. Dit park kan onder de huidige
stedenbouwkundige omstandigheden nimmer
rendabel worden gemaakt en is derhalve
oninteressant voor privé-investeerders.
In verschillende
artikels, in de media en op de gemeenteraad
heb ik meermaals geopperd dat een officiële,
niet-commerciële instelling het Dadipark in
handen zou moeten nemen. In mijn ogen is dat
niet de Vlaamse gemeenschap, niet de
provinciale overheid, maar wel het
gemeentebestuur van Groot Moorslede. Het
domein biedt zodanig veel mogelijkheden ten
behoeve van alle inwoners van onze gemeente
dat het bijna schandalig zou zijn om niet op
zijn minst de mogelijkheid tot aanschaf te
overwegen of te onderhandelen met de
eigenaars.
Als het Dadipark
eigendom wordt van de gemeente kan deze
locatie op lange termijn ontwikkeld worden
als centrale locatie voor ontelbare
initiatieven. Ik ben er mij van bewust dat
de gemeentelijke gelden beperkt zijn en er
een evenredige spreiding over onze 3
entiteiten wenselijk is. Daarom zou er de
eerste jaren na de aanschaf, behalve een
grote opruimactie, weinig kunnen ondernomen
worden in het Dadipark. Via verschillende
kanalen verneem ik dat nogal wat inwoners
van onze gemeente bereid zijn om vrijwillig
mee te werken aan een georganiseerde opkuis
van het park.
Na de verwerving van het Dadipark zou zich
wellicht een commissie opdringen die de
toekomst van het park in handen moet nemen,
die een behoeftestudie maakt in ruimte en
tijd en een financieel beleid uitstippelt.
Daarnaast zou deze commissie ook op zoek
moeten gaan naar privé-initiatieven die een
bepaalde oppervlakte van het park zouden
kunnen huren en daarmee een stuk van de
investering terugbetalen. Er is bijvoorbeeld
nog altijd interesse om een indoorkarting te
bouwen op de site van het Dadipark.
In die eerste
jaren na de gemeentelijke aanschaf van het
Dadipark zou ik voorstellen dat het park,
zonder veel kosten te maken, wordt
opengesteld voor het grote publiek om er in
te wandelen, te lopen of te mountainbiken.
Op termijn kan het Dadipark onderdak bieden
aan tal van verenigingen of andere
organisaties en kunnen diverse inrichtingen
worden voorzien: een visvijver, een
looppiste, een crossparcours, een
mountainbike piste, een kinderboerderij, een
dierenpark, een eenvoudig speelplein,
trekkershutten, een evenementenhall, een
fuifzaal (waar grote vraag naar is),
ambachtelijke beroepen, winkeltjes, etc.
Ik weet dat het
domein van het Dadipark niet volledig
eigendom is van N.V. DADIPARK maar een
bepaalde oppervlakte toebehoort aan het
Bisdom. Daarom is het ook belangrijk dat er
ook met deze mensen aan tafel wordt gezeten
om samen de mogelijkheden te bespreken. Ik
ben er echter van overtuigd dat wanneer de
gemeente bereid is het park op een bepaalde
manier te ontwikkelen in het
teken van Dadizele als bedevaartsoord er
weinig tegenkanting zal komen vanwege het
Bisdom. Ook zij zien de verloedering met
lede ogen aan.
Met het gezegde
‘een verwittigd man is er twee waard’ in het
achterhoofd wil ik met deze OPEN BRIEF voor
de zoveelste maal deze kwestie in het
daglicht brengen. Ik weet dat de hoop op
externe investeerders alsmaar kleiner wordt
en de moed van de projectontwikkelaar naar
eigen zeggen (begrijpelijk) stilaan in de
schoenen zakt. Daarom vraag ik met aandrang,
uit schrik dat op een bepaalde dag het park
verpatst wordt aan een rijke Amerikaan of
een Chinese miljardair die er een
privédomein van maakt en volledig afsluit
voor de bevolking, dat u de aanschaf van het
Dadipark in zijn huidige toestand op zijn
minst overweegt en bespreekt met de
betrokken partijen.
De financiële
impact die de aankoop van het Dadipark zou
hebben op de gemeente kan mijn inziens
beperkt worden gehouden. Vooreerst mogen we
er vanuit gaan dat de vraagprijs voor het
park niet al te hoog zal zijn omdat de grond
op zich, gelegen in recreatieve zone, bij
manier van spreken, praktisch waardeloos is
zonder investeerder of zonder
bestemmingswijziging. Ten tweede zal dit
wellicht nog versterkt worden doordat het de
gebouwen van het Dadipark nu ook gekend zijn
bij de Vlaamse overheid als zijnde
verwaarloosde en verkrotte bedrijfsgebouwen
en vanaf nu daarop zullen worden belast. Ten
derde stel ik vast dat de financiële
toestand van de gemeente dankzij een goed
beleid en een goede oppositie er de laatste
jaren sterk op vooruit is gegaan waardoor
een belastingsvermindering of een goede
investering mogelijk wordt.
Geachte leden
van de gemeenteraad, burgemeester en
schepenen, het lijkt me zo klaar als een
klontje dat je deze opportuniteit met twee
handen moet grijpen en de procedure voor de
aanschaf van het Dadipark zo snel mogelijk
moet opstarten ten behoeve van al onze
inwoners.
Dank bij voorbaat voor het gevolg dat u aan
deze brief geeft.
Met de meeste hoogachting,
Ward Vergote